vrijdag 29 oktober 2010

Wat er aan vooraf ging



  •  

9 jun 2009, 22:59
Ik begin maar een beetje met het meest malle en ook denk ik het malste (mals/malser/malst) verhaal van de roman: hoe verkrijg ik een formulier. Een van de dingen die je onherroepelijk nodig hebt is een internationale verklaring dat je echt bestaat: een geboortebewijs. Goed, ongeveer in december, niet de makkelijkste maand om iets voor elkaar te krijgen ging Rob naar het gemeentehuis in Dronten voor informatie over dit ding. Vriendelijk werd hem uitgelegd dat we dan óf naar de gemeente van geboorte moesten óf per brief de aanvraag moesten doen. Aangezien Rob een Amsterdammer is, Frances in Blaricum is geboren en ik uit een gehucht kom in noord-oost Groningen leek het ons het handigst om t spul schriftelijk aan te vragen. Daarvoor moesten we een briefje schrijven met wat we precies wilden hebben, een kopie van ons paspoort bijsluiten, opsturen en dan zou er een rekening komen van 11 euro. Als we die hadden betaald zou het internationaal geboortebewijs per post worden afgeleverd. Appeltje-eitje. Ja, dahaag. Dat had je gedroomd. Aangezien het durpje waar ik vandaan kwam al zo'n tien keer van gemeentenaam was veranderd leek het mij slim om even te googelen en er zo achter te komen hoe de gemeente nu heet. Dat bleek gemeente Bellingwedde te zijn. Het leek me slim om ze even te bellen om te vragen of dat ook echt zo was. Het volgende telefoongesprek was een soort van Herman Finkers toneelstuk: 
tuut, tuut, "gemeente Bellinwedde goei'dag". Ja, goedemiddag u spreekt met Mieke Evers. Ik heb een internationaal geboortebewijs nodig en ik wil even navragen of ik bij de goede gemeente ben. 
"mag ik uw naam'n ev'n voluit hebb'n"? 
Ja hoor, bla bla. "geboortedatum dan"? veertien januari 1966. "Ja hoor, komt voor mekaar, u bent an 't goede adres". 
Vervolgens vertel ik wat wij denken te weten over de brief, het kopietje paspoort, opsturen en dan rekening en dan papiertje krijgen. "Ja, dan kan zo. Maar t kan ook anders....." IK: o, hoezo? 
"Nou, ik hebbu ja an de telefoon"? Ik: ja... dat klopt, maar hoe moet het dan anders? "Nou, als u mij nou eev'n elf euro overmaakt dan stuur ik m u ja gewoon ev'n toe"! Drie dagen later hadden we m al binnen! Geweldig! Ik dacht, naief als ik ben: wat daar kan kan ook in Mokum en in Blaricum! Dacht t niet. Oke, gewoon papiertje, kopietje en hups op de post. Binnen een week hadden we het bewijs dat Frances bestaat (fijn om te weten wel). Maar toen Amsterdam. Het duurde al met al vijf weken voor we het eerste bewijs kregen: het nederlandstalige geboortebewijs van Rob waar we dus helemaal niks aan hadden. Rob weer een brieffie geschreven met de uitleg dat het verkeerd was gegaan, en de vraag of we nu dan een internationaal bewijs konden krijgen. Omdat we nu een speciefieke afdeling wisten dachten we: dat scheelt vast een week. Na vier weken nog niks. Rob bellen met de gemeente Amsterdam: 
"Goeiemiddag, Amsterdam burregersake" Rob legt uit en vraagt waar het bewijs blijft dat hij bestaat. "Ja meneer, dat mot niet zo dat mot via internet...." Rob: ja, maar mijn vrouw en dochter hebben ook.... 
"Kenniet meneer, dat is folkome illegaal! Die bewijse sijn niet geldig, dat ken niet so weze". Afijn, na oeverloos heen en weer geouweleuter bleek dat hij in Amsterdam toch echt via internet moest aanvragen. Na negen weken heen en weer gezeul en gedoe had ook Rob binnen drie dagen zijn internationale geboortebewijs binnen. 
Als wij vervolgens op internet googelen naar bijvoorbeeld emigratieverhalen van Nederlanders missen wij dit soort handige tips waardoor we weken eerder klaar zouden zijn geweest met het binnen halen van alle paperassen. We denken er dan ook serieus over om een boek te schrijven over deze dingen voor anderen die op het zelfde spoor terecht komen. En nou ja, in de winters van Yukon heb je tijd zat. Die duren zeven maanden. Ritmisch kantklossen kan altijd nog.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten